De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, heeft onlangs, in een zaak aangespannen door mr. A.H. Hekman en mr. F.J. Hoppenbrouwer, geoordeeld dat de minister van Asiel en Migratie onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bekering van een Iraanse vreemdeling ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank volgt de minister niet in het standpunt dat er oppervlakkig en summier verklaard zou zijn over de bekering en oordeelt dat eiseres juist gedetailleerd en persoonlijk heeft verklaard over de motieven voor en het proces van de bekering, zoals ook volgens werkinstructie 2022/3 door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt verwacht.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de wijze waarop eiseres bij terugkeer naar Iran uiting zou willen geven aan haar afvalligheid. Hierbij had de minister moeten kijken naar hoe er in Nederland uiting was gegeven aan de afvalligheid. Ook de medische klachten van eiseres waren door de minister onvoldoende betrokken bij de beoordeling of er bij terugkeer naar Iran terughoudendheid van eiseres mocht worden verwacht.
Asielprocedures waarin bekering en afvalligheid een rol spelen, kunnen complexe zaken zijn. Mocht u hierover, of over andere asin gerelateerde onderwerpen vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor.